Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

  

Geschiedenis

De Schokker

Een schokker is een zeer oude oer-Hollandse schuit waarmee al voor het jaar 1800 op de Zuiderzee werd gevist. Oudere schokkers die niet meer geschikt waren voor de zware omstandigheden van de zeevisserij werden verkocht aan riviervissers die deze gebruikten voor ankerkuilvisserij.

In de Maas is sinds mensenheugenis beroepsmatig gevist. Overbevissing, watervervuiling, normalisatie en afsluitingen door stuwen e.d. hebben er voor gezorgd dat er nog nauwelijks beroepsvissers bestaan op de Maas. Op de Maas zijn nog maar 12 beroepsvissers actief. Schokkers worden vooral gebruikt voor de palingvisserij.

Zoals bekend is het vissen op paling sinds enkele jaren zeer sterk aan banden gelegd. Dit betekent waarschijnlijk dat op termijn de schokkers uit het beeld van Lith zullen verdwijnen.

Joop van der Zanden is een zoon van een vissersfamilie, Joops vader is op een schokker geboren. Joop heeft samen met zijn vrouw Yvonne een kleinschalig restaurant "Bij ons op d’n dijk" in Lith. Joop en Yvonne hebben een hechte band met Lith en de Maas. Het is altijd een droom geweest om een oude schokker op te knappen en in te richten als expositieruimte. In 2014 is deze droom gerealiseerd. Een meer dan 100 jaar oude schokker werd gekocht en met provinciale en Europese subsidies werd deze boot gerestaureerd en ingericht als Schokkermuseum Lith. De stichting Schokkermuseum Lith werd opgericht en vanaf juni 2014 kunnen bezoekers de boot bezichtigen. Via wisselende exposities aan boord kan men kennis nemen van de geschiedenis van de Maas, van het dorp Lith en in het bijzonder natuurlijk van de riviervisserij.

 Dorp aan de rivier

"De Maas ligt langs dit dorp. Zij komt er naar toe gestroomd. Zij vloeit er vriendelijk langs.

Zij buigt er zich weer van af. Zij ligt in de blanke boorden der verzandingen in hare bochten, in het fluweelen groen van vlak gevlijde uiterwaarden, tusschen de welige ruigten der grienden"..

Dit zijn de eerste regels van het streekroman "Dorp aan de rivier" van Antoon Coolen (1934). In 1958 werd deze roman door Fons Rademakers verfilmd.

In Lith en omgeving wonen al heel lang mensen. Er zijn Keltische offerplaatsen bekend en een van de grootste romeinse tempels van Bataafs Nederland ligt op de bodem van de 30 meter diepe zandput De Lithse Ham. De eerste schriftelijke vermelding van Lith stamt uit de 10e eeuw, toen koningin Gerberga haar domeingoederen in Litta schonk aan de abdij van de Benediktijen in Reims. In Lith werd al in de dertiende eeuw tol geheven en in deze omgeving was de Maas toen al bedijkt. Lith heeft altijd in een haat liefdeverhouding met de Maas geleefd; Naast vruchtbare grond, visserij, tolgelden en bescherming bracht de Maas ook regelmatig rampspoed. In Lith en omgeving vind je nog veel oude huizen die op de dijk of op terpen zijn gebouwd om droge voeten te houden bij hoog water wanneer de Overlaet bij Beers in werking trad.

In Lith zijn de bijzondere in de middeleeuwen ontwikkelde kerkpaden (weesjes) nog altijd terug te vinden. Lange smalle stukken grond "engen" voor het woonhuis, daartussen het woonpad, dan het boerderijgedeelte wat lager lag waarachter de nog lager gelegen achterweg, besloten door een veldje met geriefhout en dan de uitgestrekt polder. Over die woonpaden (weesjes) kon men bij hoog water met droge voeten naar de kerk komen.

Het VISJE

In de omgeving van Roermond werd van een beroepsvisser een oude schokker gekocht die eind 19de eeuw is gebouwd. Omdat in Lith de bijnaam van de vader van Joop "Het visje" was, werd dit ook de naam van de gerestaureerde schokker.

De schokker werd met behoud van zo veel mogelijk oorspronkelijke materialen aangepast om deze geschikt te maken als expositieruimte.

U kunt deze schokker bezoeken en aan boord leert u interessante wetens-waardigheden over de riviervisserij op de Maas en over het dorp aan de rivier van Anton Coolen.

Beleef het bijzondere gevoel van het leven op een vissersboot en het leven in een vissersdorp aan de Maas.

Voor openingstijden van de Schokker "Het visje" kunt u het best de site: www.museumbootdeschokker.nl raadplegen of een afspraak maken per telefoon 06 13 34 94 10.

Ook kunnen speciale arrangementen samengesteld worden in combinatie met de eeterij "Bij ons op d’n dijk".

U kunt uw bezoek aan de museumboot combineren met een bijzondere wandeling door de Lithse "weesjes", langs het sluizencomplex "Prinses Maxima", of via een struinpad door de uiterwaarden naar De Lithse Ham.

Ook beschikbaar in .pdf klik op de afbeelding

Bekijk de .pdfBekijk de .pdf

Geschiedenis van de Waalschokker.

Vanaf 1900 werden verschillend soorten schepen gebruikt voor de ankerkuil visserij vooral afgedankte Zuiderzee botters, schokkers, kwakken, aken en tjalken. Deze schepen voldeden echter niet voor dit soort visserij.
Een van de nadelen was het hoge vrijboord achteraan. Ankerkuilers moesten achteraan laag zijn om het werken te vergemakkelijken. Het enige alternatief was dan ook nieuwbouw. Voor zover we weten lieten de compagnons Jacob Sepers Janz en Gerit Teunis Udo Dirkz in 1911 de eerste stalen schokker bouwen voor de ankerkuil visserij op de rivieren. Vanaf 1911 tot 1914 zijn er in Beneden Leeuwen, Druten, Nijmegen en Millingen een tiental schokkers gebouwd. Ze waren allemaal ongeveer 15 meter lang en 4,80 breed. Tijdens de eerste wereldoorlog lag de bouw van nieuwe schokkers volledig stil.
In de jaren twintig begon men weer aan de schokkerbouw. Er waren toen twee werven die schokkers bouwden; Op de werf in Beneden Leeuwen van Eltink en de werf van Janssen in Druten. Deze schokkers begonnen behoorlijk af te wijken van de vorige, de verhouding lengte- breedte veranderde. Eltink legde zich toe op het zo goedkoop mogelijk bouwen, bij Janssen ging men de kop van het schip steeds ronder en hoger bouwen. De laatste schokker werd in 1937 gebouwd door de zonen van Eltink. Uit de periode tussen 1920 en 1937 zijn er zo'n tien schokkers gekend. Vissen met de schokker.
Men kan stellen dat de schokker diende om de kuil open te houden in de stroom. Overdag lag de schokker bij en s'nachts viste hij in de sterkste stroom. Dat kon vanaf half Mei tot eind Oktober op dezelfde plaats zijn. Er werd incidenteel voor de wind gezeild naar een visplaats. Dat gebeurde vroeger tot onderaan in Duitsland toe. Er was meestal nog wel een oud tuig aan boord. Maar wanneer de schepen in Mei naar de visplaatsen vertrokken werden de meeste gesleept. Zoals uit bovenstaand wel blijkt heeft men nooit veel aandacht besteed aan de zeileigenschappen van de schokker. Veel belangrijker was dat het schip zo min mogelijk rankte, terwijl de mast zo lang mogelijk was. Met een lange mast brak men minder makkelijk kuilhouten.
Eind jaren vijftig stopten de meeste ankerkuilvissers wegens de toegenomen drukte van het scheepvaartverkeer en ook wegens de vervuiling van de grote rivieren. Enkele bleven echter nog steeds doorvissen. In 1997 werden vissende schepen verboden op de Waal en dat was het einde van de visvangst met waalschokkers. 

 

 Toen eind 19de eeuw de ankerkuilvisserij langs de rivieren zijn opmars maakte, werden veel houten vissersschepen uit de Zuiderzeevisserij, zoals Schokkers en Botters, voor deze vangstmethode geschikt gemaakt. In de riviervisserij wordt elk vissersvaartuig van formaat een schokker genoemd. Hier in Heerewaarden, dat min of het min het centrum van de riviervisserij werd, zien we voornamelijk botters.
Drie 'schokkers' in cascade. De kuilhouten/kuilbomen van de ankerkuilen staan in vangpositie.
Op de Maas vond men goede visplaatsen kort achter de stuwen, zoals hier bij Alphen aan de Maas. Last van de scheepvaart had men daar tenminste niet. Zo als te zien is werden niet alleen vissersschepen maar ook kleine vrachtschepen voor dit doel gebruikt. Het is voornamelijk de stroming die er voor moet zorgen dat de vis in het net komt.

 

Een echte Waalschokker. Het scheepstype Waalschokker ontwikkelde zich in het begin van de twintigste eeuw. De schepen hadden geen enkele vorm van voortstuwing. Zij werden naar hun ligplaatsen gesleept en konden zich verder alleen langs hun kettingen en draden verhalen.
Daar de paling lichtschuw is, nemen de vissers overdag meestal rust.
Vanuit Nederland trok de ankerkuilvisserij slechts langzaam stroomopwaarts. In 1904 verschenen de eerste schepen op de Duitse Rijn. Tot 1910 kwam men, door een verbod op deze vismethode, slechts tot Koblenz.


                                                                                                                                  

 Bingen, het eindstation, werd in 1914 bereikt. In 1925 lagen er ca. 125 ankerkuilvissers op de Duitse rijn. In Duitsland vist men een goed deel van het jaar zo'n beetje in de vaargeul. Het net heeft men dan aan de landzijde. Hier werd er, mede op het oog op de scheepvaart, bijna uitsluitend 's nachts gevist. De meeste foto's tonen daarom schepen in ruste of schepen waar men de netten droogt. Hier een botter ter hoogte van de Lorelei.
Op diverse plaatsen werd de vis met een scheepje opgehaald en hoefde de visser zelf niet voor het verdere transport en de verkoop te zorgen.
Door de toenemende vervuiling van de rivier lopen de vangsten na 1950 sterk achteruit. De genadeklap volgt in juni 1969 als nabij Bingen een grote hoeveelheid gif in de Rijn geraakt. Naar schatting 40.000.000 vissen sterven. Bouwjaar : 1934 Werf : Janssen te Druten(NL)

 

In 1953 werd het schip gekocht door de heer Willy Udo ( geb. 1926 in Dreumel). Het schip lag op de Maas en er werd mee gevist op de Waal en Rijn in Duitsland. In 1959 werd het schip terug verkocht. De toenmalige naam van het schip was Kristina II. Over de periode ervoor en daarna is tot nu toe niets bekend.

De Beri van J. Udo uit Dreumel in Sankt Goar. Eind vijftiger, begin zestiger jaren. Vissend met de ankerkuil.


Twee 'schokkers' met hun ankerkuilen gehesen. Deze vorm van visserij trok vanaf Moerdijk in hoog tempo steeds de rivieren op. Ook op de Duitse Rijn genoot deze vismethode grote populariteit.

  

LithoyenVan Wrak naar Museumboot

Het is een hele klim, een gammele trap op naar boven. Op het erf van constructiebedrijf Van de Goor aan de Weiseweg in Lithoijen staat een ruim honderd jaar oude, roestige schokker op een bok. Een vissersboot die past bij de historie van Lith. In januari 2013 gered van de sloop door Joop van der Zanden uit Lith om mooi opgeknapt te worden en straks dienst te doen als museum.

 

Hij klopt op het dak. „Kijk, dit dak komt uit de vloer van een papierfabriek.” Het de kunst om met minimale kosten een maximaal resultaat te bereiken. Zo heeft hij de stalen mast en schacht die veel ruimte in beslag nam verwijderd. „Van de gemeente Oss kreeg ik drie bomen. Die komen uit Herperduin. In de achtertuin maak ik een nieuwe mast.”
En heeft hij een gereviseerde 45 pk Peugeot-motor op de kop getikt. Hij bukt. „Dit schakelmateriaal komt uit een oude slagerij, waar ik aan het werken was. Spullen zoeken valt soms niet mee. Soms moet je lang zoeken, bijvoorbeeld naar olielampjes van de mijnwerkers van vroeger.”
Het is nogal een forse klus, dat hij met vrienden en kennissen grondig aanpakt. Van compleet strippen tot opbouwen, inrichten met bedstee, bankjes en vitrinekastjes. Straks de romp gritstralen en verven. „Soms denk ik: wat ben ik toch een halve dolle. We dachten ook dat-ie in een betere staat was. Maar dit is altijd mijn droom geweest, een schokker verbouwen en vertimmeren. Ik wil een stukje nostalgie terug laten komen in Lith.”
Van der Zanden komt uit een vissersfamilie. „Ik woon in het stamhuis. Mijn grootvader en mijn ooms waren schipper. Mijn vader is geboren op een schokker. Ik heb iets met boten. Ik ben ook getrouwd op een boot, de Hertog Jan. De wieg van de kinderen heeft de vorm van een boot.”


Van der Zanden is timmerman en kok. Samen met zijn vrouw Yvonne runt hij sinds vijf jaar het intieme restaurant Bij ons op den Dijk in Lith.
Wat wil hij met de boot? „Wij willen het verhaal van de visserij vertellen die ooit een rol speelde in Lith. Hoe het leven op een schokker eraan toeging. Op de boot moet je het sfeertje van toen beleven. Tussen Megen en Den Bosch zit niks. We missen hier een bezienswaardigheid, afgezien van de stuw.”
Geholpen door het samenwerkingsverband Maasmeanders is de stichting Schokkermuseum Lith opgericht. Yvonne van der Zanden is de voorzitter, Verder zijn de bewoners van de Lithsedijk, Heemkundekring Lith en Maasmeanders vertegenwoordigd in het bestuur.
Namens Maasmeanders zit Wim Hoezen in het bestuur: „Zo’n stichting is nodig om de toekomst te borgen.” Oftwel vrij vertaald: het schokkerplan mag niet zomaar doodbloeden. En wat geld betreft, de stichting heeft 25.000 euro aan provinciale en Europese subsidie van 25.000 euro in de wacht gesleept. „Zonder dat geld had het niet gekund.”
„Van dit soort kleinschalige initiatieven moeten we het hebben. Ondernemers die hun nek durven uitsteken. Dat draagt ook bij aan de lokale economie. Mensen zijn op zoek naar authenticiteit. Dat vinden ze hier”,
zet Hoezen uiteen.


Er moet nog het nodige gebeuren om de schokker om te toveren in een kleinschalig museumpje. Dat kan plaats bieden aan groepen van  25 tot 30 man. Het idee is er wisselende tentoonstellingen in te richten over de geschiedenis van de Maas en van Lith, ook in samenwerking met de heemkundekring. Van der Zanden denkt ook aan een beeldscherm dat bijvoorbeeld filmpjes vertoont met verhalen van oud-vissers. „We zoeken nog mensen die kunnen vertellen over de visserij. En expositiemateriaal: spullen zijn altijd welkom. Ook zoeken we nog vrijwilligers die mee willen werken.”


De schokker komt, als alles meezit, in mei te liggen aan wat vroeger de Lithse Bol was, vlakbij het restaurant van de Van der Zandens. Daar komt een aanlegsteiger op vlonders. In de winter mag de schokker niet blijven liggen van Rijkswaterstaat, dan vaart hij naar de Lithse Ham.
Ondertussen gooit Van der Zanden vanaf de boeg wat rotzooi naar beneden, stukken ijzer en touw. „Het is een verrassing wat je allemaal tegenkomt. Netten, hout, het was één grote rommel. Onderin zat een hoop beton voor de stabiliteit. Voorin de boot zat vroeger een kleine slaapkamer voor kinderen. Die moesten door een luik eruit. Ik vond nog een oud ganzenbord. Het was vroeger armoe troef. Als je ziet, hoe ze geleefd hebben op een stuk van vier bij vier, waar je niet eens kon lopen. Met in het midden een kachel.”
De schokker is nog naamloos. Straks gaat hij ‘t Visje heten, naar de bijnaam van Van der Zandens vader: de Vis.